Schakelen

Je aandrijving (meestal groep genoemd) is onderhevig aan slijtage. Onderdelen zullen na verloop van tijd vervangen moeten worden. Wat het ergste slijt is de ketting en op nummer twee de cassette, ofwel die kluwen kettingwielen op je achterwiel.

Dat je na een x aantal kilometer deze spullen moet (laten) vervangen is een vaststaand feit. Hoe snel hangt ook af van je rijgedrag.

Het weer

Hoe meer je in slechtere weersomstandigheden rijdt, hoe harder de slijtage. Nattigheid, modder, zand: werkt allemaal in op de onderdelen. Dus, of zoveel mogelijk voor lekker weer kiezen of gedisciplineerd je fiets schoon houden. Hier wat tips op handig reinigen:

Kracht

Hoe meer kracht je gebruikt, hoe harder alles slijt, maar deze factor is wel wat minder van belang. Een oplossing is om met een hogere cadans te trappen; met meer omwentelingen. Dit is te bewerkstelligen door op een lichter verzet te rijden. Je wordt ook minder snel moe, je gaat soepeler rijden en je knieën blijven ook langer heel, trouwens.

Schakelen

En daar ging het hier even om. De ketting staat bijna nooit helemaal in een rechte lijn van voor naar achter over de kettingwielen. Tenslotte wissel je van versnelling en zitten met name al die kransjes op de cassette naast elkaar.

Even ter info: de kettingwielen voor heten bladen, de kettingwieltjes achter heten kransjes. En voor de volledigheid: de twee wieltjes aan de derailleur heten derailleur-wieltjes of pulleys en die dienen voor een constant aangespannen ketting en soepel schakelen.

Echter, hoe schuiner de ketting loopt, hoe harder deze slijt, maar ook hoe zwaarder dit fietst. Je hebt meer frictie. Het plaatje hieronder laat dit goed zien.

Kettinglijn
Kettinglijn

Het plaatje geeft een triple als voorbeeld (drie bladen voor), maar dit geldt ook voor compact of dubbel. Met een triple heb je wel meer mogelijkheden om je ketting zo recht mogelijk te houden.

Met het buitenblad, mijd de binnenste (grootste) kransjes achter. Ikzelf mijd de drie binnenste. Op het binnenblad, mijd ik de drie kleinste/buitenste kransjes. Met elf kransjes achter houd je per blad toch acht kransjes beschikbaar.

Wanneer ik het te zwaar heb (stevige heuvel) op het buitenblad en ik zit op de vierde, grote krans (53-19), dan moet ik dus terug op het kleine blad en schakel achter op naar het vierde, kleinste kransje (39-15).

Ik hoop dat de uitleg OK is, anders oor ik het wel in de comments.

Advertenties

Voor het eerst op het grote blad

Voor het eerst op het grote blad

Jaja,

Ik moest zo nodig een dubbel, dus wilde ik fietsen proberen op 53 tanden: het grote blad.

De Trek had een triple crankstel: kleinste blad voor de stevige heuvels met 30 tandjes, cruisen op 39 en snel op 50. De Canyon heeft er slechts twee 39 en 53. Al snel bleek dat 53 even goed wennen is, maar het ging best goed. Ik had wel wind mee op de testrit. 😉 De dagen die volgden maakten me wel duidelijk dat mijn spieren wel wat extra training nodig hadden hiervoor; ik viel best snel terug op het kleine blad.

Ik had in ieder geval een leuk doel: meer rijtijd op het grote blad.

Geen compact

Waar ik nog niet op in ben gegaan … waarom geen compact crankstel genomen? Dit is binnen het reguliere, hobbywielrennen vaak wel de standaard. Sterker nog, dubbel moet je bij het samenstellen specifiek aangeven, anders is het gewoon compact.

Meerdere redenen: het oorspronkelijke, maar ook profwielrennen gaat op dubbel en ik ambieerde dit te benaderen. Daarnaast leek me de krachtuitdaging me interessant. Ik heb me ook ingelezen op sites over de verschillen waardoor ik uiteindelijk op een dubbel belandde waaronder:

Ik zou voornamelijk in Nederland fietsen, dus werd het een dubbel crankstel.

NB: Het leven met de achterderailleur is wel simpeler met twee bladen dan met een triple. Het volgende artikel gaat hier wat meer op in.

Dubbel crankstel
Dubbel crankstel: 39-53 tanden